Wat is Osteopathie

Osteopathie is oorspronkelijk ontwikkeld door de Amerikaanse arts Andrew Taylor Still (1828-1917). Still leefde in een tijd waarin artsen weinig konden doen om hun patiënten te helpen. Hij was constant op zoek naar nieuwe methoden om mensen te genezen en kwam zo ook in aanraking met rondreizende “krakers”. Hij zag dat deze volksgeneeskunde vaak betere resultaten gaf dan de toenmalige reguliere geneeskunde. Nieuwsgierig als hij was wilde hij weten waarom. In de anatomie en fysiologie zocht hij zijn verklaringen. Hij heeft vele dissecties (ontledingen) gedaan om te onderzoeken hoe het menselijk lichaam weer kan genezen. Als je het woord osteopathie ontleedt zou je denken aan ziekte van het bot. Osteo is het Grieks voor bot en pathos betekent ziekte. Maar in het Grieks zijn er ook andere betekenissen voor pathos: “gevoelig voor” of “reagerend op”. Still heeft met de naamgeving bedoelt dat ziekte kan ontstaan door afwijkingen in de beweeglijkheid van botten en gewrichten.

Later is dit door Still en zijn leerlingen verder ontwikkeld. Zij zagen dat er in heel het lichaam een normale gezonde beweeglijkheid is, die van groot belang is voor gezondheid en herstelvermogen.

William Garner Sutherland, een leerling van Still, ontdekte het belang van de beweeglijkheid van de schedelbeenderen en het heiligbeen. Hij heeft door een lange en intensieve studie ontdekt dat er in het lichaam ritmes te voelen zijn die aan de basis liggen van gezondheid, vitaliteit en zelfgenezing. Vele anderen hebben zijn werk gevolgd en gewijzigd en het is tegenwoordig ook bekend als cranio-sacrale therapie. Met name de osteopaat John Upledger heeft veel niet osteopaten opgeleid in de cranio-sacrale therapie. Sutherland heeft in zijn beginjaren als docent een meer structureel-mechanische methode onderwezen en veel scholen van cranio-sacrale therapie zijn daarop geënt. In zijn latere jaren heeft hij steeds meer gewezen op bepaalde ritmes die slechts te voelen zijn als de patiënt en de osteopaat ontspannen zijn en de osteopaat zeer subtiel leert te werken. Dit wordt de biodynamische osteopathie genoemd. James Jealous een hedendaagse osteopaat die de biodynamische school in de traditie van Sutherland voortzet, wijst erop dat dit osteopathie is voor heel het lichaam, voor heel de mens. Maar anderen passen deze benadering hoofdzakelijk toe op het cranio-sacrale domein en noemen het dan ook biodynamische cranio-sacrale therapie (Franklyn Sills, Michael Shea).

Jean Pierre Barral en andere hedendaagse osteopaten ontwikkelden methoden om de beweeglijkheid van organen te voelen en waar nodig te behandelen. Ook hier zie je weer dat anderen dit hebben overgenomen en het vaak als viscerale therapie naar voren brengen als een aparte behandelmogelijkheid. Maar het viscerale domein moet niet los worden gezien van het totale lichaam. De tendens om zaken te reduceren tot deelgebieden zie je steeds weer terugkomen. Maar dat is juist kenmerkend voor de reguliere geneeskunde. De osteopathie onderscheidt zich juist door een visie op de behandeling van de totale mens.

Osteopathie heeft dus een andere kijk op ziekte, gezondheid en herstelvermogen.

In de osteopathie wordt met vier basisprincipes gewerkt:

  1. Het lichaam is een eenheid.
  2. Structuur en functie beïnvloeden elkaar.
  3. Onbelemmerde stroming van alle lichaamsvochten, zoals bloed, lymfe en vocht tussen en in de cellen is een voorwaarde voor gezondheid.
  4. Het lichaam heeft zelfgenezende en zelfregulerende capaciteiten.

Anders dan andere manuele geneeswijzen richt de osteopathie zich dus op de totale mens. Er wordt niet alleen gekeken naar botten, gewrichten of andere deelgebieden, maar naar alle systemen en hun onderlinge afstemming en hun functioneren. Vrije stroming van alle lichaamsvloeistoffen en goede beweeglijkheid van alle structuren in het lichaam zoals, botten, spieren, bindweefselstructuren, bloedvaten, zenuwen en organen zijn daarbij essentieel. Een osteopaat zal met zijn handgrepen een bewegingsbeperking in of rond een dergelijke structuur behandelen en de functie herstellen. Maar omgekeerd werkt het ook. Als de functie is hersteld zal de structuur gezonder worden. Maar daarin zit ook een beperking van de osteopathie. Als de structuur grondig is aangetast, dan kan zijn functie niet volledig meer herstellen. Dan zijn er soms aanvullende methoden nodig vanuit de reguliere geneeskunde. Als arts vindt ik het van belang om daarom tijdig door te verwijzen naar huisartsen en specialisten als dat nodig is.

Rekening houdend met deze basisprincipes is het doel van de osteopaat niet om ziekte te bestrijden maar om de hele persoon te helpen en ondersteunen om gezond en weerbaar te worden. Dit gebeurt door zorgvuldig geplande en uitgevoerde manuele handelingen en gezondheidsadviezen.

Met uitgebreide kennis van anatomie, fysiologie en pathologie kan de osteopaat namelijk met zijn handen beweeglijkheid herstellen en de functie en het zelfgenezend vermogen verbeteren. Het lichaam doet de rest. Het is daarbij uiteraard wel van belang dat mensen zelf ook een actieve rol spelen en gezond gedrag vertonen. De osteopaat zal deze actieve zelfzorg stimuleren en hierover nadere adviezen geven.

Comments are closed.